Direct Contact » 06 53 18 09 53

Laag btw Tarief

 

Het schilderen van woningen ouder dan 2 jaar valt onder het 9%-tarief.

Hieronder vallen ook:

  • de gebruikte materialen
  • het voorbereiden van het schilderwerk
  • voorbehandelingen  
  • het lakverven, vernissen en beitsen
  • het aanbrengen van een giet- of coatingvloer (mits sprake van het aanbrengen van een verfproduct)
  • het binnen een verfsysteem aanbrengen van flakes op trappen en vloeren

Als sprake is van een verfproduct, valt ook het aanbrengen van een giet- of een coatingvloer in woningen ouder dan 2 jaar onder het verlaagde btw-tarief.

Het schuren en lakken van (parket- of andere houten) vloeren valt alleen onder het 9%-tarief als die vloer in bouwkundig opzicht onderdeel uitmaakt van de woning.
 

Werkzaamheden die te ver afstaan van het schilderwerk vallen onder het 21%-tarief.

Bijvoorbeeld:

  • herstellen van de ondergrond met nieuwe vervangende delen van hetzelfde materiaal, zoals het aanbrengen van houten inzetstukken in kozijnen en het vervangen van houten onderdorpels
  • vervangen van ramen, deuren en kozijnen
  • kitwerk aan de constructie, zoals het afkitten van bouwelementen aan gevels
  • grootschalige betonreparatie
  • stralen, impregneren en injecteren van stenen, metalen en betonnen ondergronden
  • het enkel herstellen van voegen in metselwerk
  • aanbrengen van glas en de bijhorende werkzaamheden
  • vochtvrij maken van kelders
  • het aanbrengen van wrapfolie op objecten, zoals bijvoorbeeld op keukendeuren

Niet als woning zijn aan te merken:

bedrijfsgebouwen en -ruimtes
afzonderlijke garageboxen
vakantiewoningen als permanente bewoning niet is toegestaan
hotels/pensions
woonboten/woonwagens
asielzoekerscentra
ziekenhuizen
Internaten

Laag btw tarief Rijksoverheid.

2.5 Hervorming belastingstelsel

Het belastingstelsel wordt hervormd. Verschillen in fiscale behandeling worden verkleind, (meer) werken wordt lonende, vervuiling krijgt een hogere prijs, belastingontwijking wordt aangepakt en het fiscaal vestigingsklimaat wordt verbeterd voor die bedrijven die hier ook daadwerkelijk economische activiteiten en banen opleveren.

  • De lasten voor burgers worden in 2021 per saldo met ruim 6 miljard euro verlaagd (inclusief circa 1 miljard euro via inkomensmaatregelen aan de uitgavenzijde), vooral door de invoering van een tweedschijvenstelsel met een basistarief van 36,93% en een toptarief van 49,5%, een verhoging van de algemene heffingskorting en een per saldo verhoging van de arbeidskorting, naast een groot aantal kleinere aanpassingen. Hierdoor gaan alle inkomensgroepen, maar vooral werkenden, en er de komende jaren op vooruit. Het inkomenspakket zorgt voor evenwicht tussen een- en tweeverdieners en maakt het -vooral voor werkenden met een middeninkomen veel lonende om (meer) te werken.
  • De ruimte om de belastingen op inkomen nog verder te verlagen wordt gevonden door een verhoging van het lage btw tarief van 6% naar 9%, verdere vergroening van het belastingstelsel en door aftrekposten, waaronder de hypotheekrenteaftrek en de zelfstandigenaftrek, vanaf 2020 in 4 jaarlijkse stappen van 3%-punt te verlagen naar het basistarief. De opbrengst van de versnelde afbouw van de hypotheekrenteaftrek wordt volledig gebruikt om de eigenwoningbezitters te compenseren door verlaging van het eigenwoningforfait. De regeling ¡¥geen of beperkte eigen woningschuld¡¦ wordt de komende 20 jaar stapsgewijs afgebouwd.
  • In de vermogensrendementsheffing (Box 3) wordt sneller aangesloten op het werkelijk rendement van spaartegoeden en het heffingsvrije vermogen wordt verhoogd van 25.225 euro naar 30.000 euro (60.000 euro voor paren). In deze kabinetsperiode zal een stelsel van vermogensrendementsheffing op basis van werkelijk rendement worden uitgewerkt.
  • Fiscale regelingen bepalen mede het vestigingsklimaat voor internationale bedrijven. Nederland moet aantrekkelijk blijven voor bedrijven die zich hier willen vestigen en die hier willen produceren (zie vorige paragraaf).
  • Met het oog daarop bestrijden we belastingontwijking en verbreden we de grondslagen voor de belasting op bedrijven. De opbrengst daarvan wordt benut om de tarieven in de vennootschapsbelasting, ook met het oog op de ontwikkelingen in de landen om ons heen, te verlagen. De statutaire tarieven in de vennootschapsbelasting gaan in stappen van 20% en 25% naar 16% en 21 % per 2021. Om een sterke aanzuigende werking naar de BV te voorkomen en om een globaal evenwicht te houden in belastingdruk wordt het box 2 tarief in stappen verhoogd van 25% naar 28,5% in 2021 .
  • Om belastingontwijking aan te pakken pleiten we daarnaast voor het opstellen van een zogenaamde zwarte lijst met niet-coöperatieve jurisdicties op het gebied van belastingen en een verplichting voor multinationals om per EU-land en per land op de zwarte lijst te rapporteren over hun activiteiten.
  • De dividendbelasting wordt afgeschaft. Tegelijkertijd wordt, om brievenbusconstructies tegen te gaan, een bronbelasting op rente en royalty¡¦s ingevoerd op uitgaande financiële stromen naar landen met zeer lage belastingen (low tax jurisdictions). Financiering met eigen vermogen wordt ook aantrekkelijker door de aftrekbaarheid van vreemd vermogen te beperken.
  • Het regelgevend kader voor de trustsector wordt strenger en het instrumentarium van de toezichthouder (De Nederlandsche Bank) wordt uitgebreid.
  • Naar aanleiding van de ¡¥Panama papers¡¦ wordt de informatiepositie en de opsporingscapaciteit van de Belastingdienst versterkt en komt er meer transparantie. Hiertoe wordt een business case uitgewerkt.
  • Milieuvervuilend gedrag wordt beprijsd, door de invoering van een CO2-minimumprijs in de elektriciteitssector, aanpassingen in de energiebelasting, een hogere belasting op het storten en verbranden van afval en het afschaffen van de teruggaafregeling voor taxi’s. De SDE+ regeling (en de daaraan gekoppelde opslag duurzame energie) wordt voortgezet en verbreed. Ingezet wordt op Europese afspraken over belastingen op luchtvaart in het kader van de voor 2019 geplande onderhandelingen over de klimaatdoelen van ‘Parijs’. Ook wordt bezien of een heffing op lawaaiige en vervuilende vliegtuigen mogelijk is. Indien beide routes onvoldoende opleveren zal er per 2021 een vliegbelasting worden ingevoerd. De opbrengst van de vergroening wordt teruggesluisd naar lagere lasten voor burgers en bedrijven.
  • Om de uitvoering van het fiscale stelsel te verbeteren wordt de komende jaren 0,5 miljard euro gereserveerd om de investeringsagenda van de Belastingdienst uit te voeren.
  • Wilt u meer weten? Neem dan contact op met de belasting dienst.